Paniekaanvallen
Paniekaanvallen.
Een paniekaanval is een uiting van intense angst, die vaak plotseling begint en niet lang duurt (5-20 min.). Een aanval gaat gepaard met intense fysieke reacties, een sterke neiging om te 'ontsnappen' (weg te gaan van de situatie of plek waar men zich op dat moment begeeft) en het idee dat er iets heel ergs aan het gebeuren is ('doodgaan' of 'gek worden').
Symptomen.
De DSM (Statistic Diagnostic Manual IV (samengesteld door de 'American Psychiatric Association) definieert een paniekaanval als volgt:
-
Hartkloppingen/ verhoogde hartslag.
-
Pijn of steken in de borst.
-
Kortademigheid/ hyperventilatie.
-
Trillen.
-
Het gevoel te stikken.
-
Transpireren.
-
Duizeligheid of zelfs het gevoel flauw te vallen.
-
Misselijkheid of buikkramp.
-
Gevoelens van derealisatie (afstand tot de 'werkelijkheid').
-
Gevoelens van depersonalisatie (alsof je niet echt in je lichaam zit).
-
Tintelingen in handen, voeten of benen.
-
Opvliegers of koude rillingen.
-
Angst om dood te gaan of een hartaanval te krijgen.
-
Angst dat je 'gek wordt'.
-
Angst om heel ongecontroleerd te handelen, of zo over te komen.
Stress.
Perioden van stress maken een paniekaanval waarschijnlijker, maar ze kunnen ook opkomen wanneer je juist heel ontspannen bent. Ze kunnen je zelfs in je slaap overvallen.
Paniekaanvallen zijn op zichzelf ongevaarlijk en zelfs gezond: ze ruimen ongebruikte adrenaline (stresshormoon) in je lichaam op. Adrenaline dat te lang blijft ronddolen in je bloed en rondom spieren en organen is ongezond en kan je op middellange en lange termijn ziek maken.
Paniekaanvallen zijn 'opruimers' en het uitzitten van een paniekaanval kan een sterk gevoel van verlichting of opluchting geven.